In mijn hoofd ziet het onsexy gesukkel met m'n fiets door de sneeuw er zo uit:
Maar dan veel cooler.
Want toen ik vanavond over de onverlichte, mistige en verlaten landwegels dwaalde veranderde mijn fietslicht in een huiveringwekkende nevelvangervangervangervangervangervanger
Misschien heeft de vrieskou mijn brein beschadigd. ... it can drive a man insane.
Morgen toch beter een jas, muts en handschoenen aandoen. Of waarom geen roze moonboots en een rood, glossy skipak met bliksemschichten?
Maar de werkelijkheid heeft niet altijd nood aan fantasie. Deze ochtend nog nam ik mijn fiets mee onder de douche.
Het is avond. Het waait hard. Het regent zachtjes.
Zonder haast fiets ik de lange weg naar huis, naar nergens.
Uit elk raam straalt feest en warme vreugde.
Mij wacht slechts een sober maal in een kil, leeg huis.
En toch ben ik opgewekt, gelukkig bijna, alsof ik leef. Want mijn gezelschap tijdens deze rit is even groots als wonderlijk:
dreigende wolken en razende wind.
Building Mobile Library Applications / Jason A. Clark. — Chicago: American Library Association, 2012. — xiii, 114 p. — (The tech set; 12). — ISBN 978-1-55570-783-5
Dit jaar bracht de
Library and Information Technology Association deel 11 tot 20 uit van The Tech
Set®, een reeks gidsen over nieuwe technologieën die toepasbaar zijn in de
bibliotheek- en archiefsector. Deel 12 is getiteld “Building Mobile Library
Applications” en richt zich tot iedereen met interesse in mobiele bibliotheektoepassingen.
De kern van het boek is hoofdstuk 5 waarin stap voor stap
enkele sample applicaties ontwikkeld worden. In zeven goed structureerde
tutorials komen projecten van variërende complexiteit aan bod. Deze projecten
zijn geen eindpunten maar vertrekpunten en er wordt dan ook een zekere
voorkennis verwacht. Wie niets afweet van CSS, HTML, API’s en jQuery zal weinig
hebben aan deze gids. Dat centrale, vijfde hoofdstuk wordt omringd door beknopte maar
noodzakelijke hoofdstukken over planning, trends, marketing, opvolging,
situering… Van deze ondersteunende hoofdstukken is vooral ‘Types of solutions
available’ de moeite. Het geeft een heldere beschrijving van de verschillende
types mobiele applicaties: ‘mobile websites’, ‘mobile web applications’ en
‘native applications’.
De zeven projecten, die de kern vormen van deze gids, gaan van
het aanpassen van bestaande websites aan smartphones tot het bouwen van een
Android en iPhone app. Voor alle projecten wordt gebruik gemaakt van bestaande code of wordt
code gegenereerd door online tools. Dit heeft als groot voordeel dat er niet
vanaf scratch gestart moet worden en er dussneller to the point gekomen
wordt. De resultaten kan je achteraf zelf op een andere manier herbouwen of
verder uitwerken. Zoals gezegd zijn de projecten vooral vertrekpunten voor wie
reeds enige ervaring heeft. Enig minpunt aan dit boek zijn de foutjes die meestal opduiken
bij dit soort gidsen. De online
bronnen kunnen afwijken van de referenties en de code in het boek. Url’s zijn niet altijd correct (gemeld en onmiddellijk
hersteld, mooi zo). Er komen kleine onzorgvuldigheden voor zoals het verwarren
van data-rel=”back” met data-direction=”reverse”. Er werden keuzes gemaakt waardoor de voorbeeldprojecten zich vooral
richten op smartphones en de besturingssystemen Android eniOS. Enkel
het gebruik van PhoneGap verwijst onrechtstreeks naar Blackberry, Symbian,
Windows en WebOS. En zoals steeds met development moet je zelf dingen uitzoeken en
onverwachte problemen oplossen.
‘Building Mobile Library Applications’ is een prima leerboek
voor wie een basiskennis web development bezit en aan de slag wil met mobiele
applicaties. Ook voor studenten BDI met interesse in technologie en mobiele
media is het boek een aanrader, al vragen sommige voorbeelden volharding en
creativiteit.
Getting started with cloud computing / Edward M. Corrado, Heather Lea Moulaison .— Facet Publishing, 2011 .— ISBN 978-1-85604-807-1
Cloud
computing is voor velen geen onbekende meer. Toch zal niet voor alle
bibliotheek- of archiefmedewerkers duidelijk zijn wat het precies is en
hoe het in de praktijk gebruikt kan worden. Voor hen verscheen de
LITA-guide Getting started with cloud computing, een gids samengesteld vanuit het perspectief van de informatieprofessional.
Verspreid over drie delen geeft het boek in twintig hoofdstukken een
heldere introductie, aangevuld met een aantal toepasbare technologieën en
geïllustreerd aan de hand van praktijkvoorbeelden. De goede opbouw, van
algemeen naar specifiek, maakt dat het boek boeiend blijft. Het eerste,
inleidende, deel is voor iedereen aan te raden. Het is toegankelijk en
ter zake. De inhoud van de twee volgende delen is gevarieerder qua
reikwijdte en kwaliteit. Hier zal de persoonlijke interesse meer wegen
in de beoordeling van de hoofdstukken. Zelf vond ik de hoofdstukken 'Library Discovery Services: From the Ground to the Cloud' en 'SharePoint Strategies for Establishing a Powerful Library Intranet' minder geslaagd.
Deel 1 ‘General Concerns’ somt in zes hoofdstukken op wat de
kenmerken, voordelen en risico’s van cloud computing zijn. Daarbij wordt
ook het nut ervan voor bibliotheken, informatiehandelaren en
opleidingen in de informatie- en bibliotheekwetenschappen bekeken.
Vooral de eerste drie hoofdstukken van dit deel zijn aan te bevelen als introductie.
De zes volgende hoofdstukken, samengebracht in deel 2 ‘Technologies’,
gaan elk dieper in op een technologie die gebruik kan maken van cloud
computing. Er wordt onder meer bekeken waarom en hoe bibliografische
data, een academic repository of zelfs een volledig bibliotheeksysteem
vanuit de cloud te gebruiken.
Ten slotte worden in deel 3 ‘Case studies’
acht praktijkvoorbeelden toegelicht. Elke case is duidelijk
en met kritische blik beschreven. Ieder hoofdstuk is logisch opgebouwd
en bevat minstens de onderdelen ‘background’, ‘selection’,
‘implementation’ en ‘assessment and evaluation’. Dat alle cases eerlijk
besproken worden bewijst ‘Not every cloud has a silver lining’, een
hoofdstuk over een slechte ervaring. Persoonlijk waren (Lib)Guides,
Google forms, VoiceThread en Amazon Web Services boeiende ontdekkingen.
Voor wie cloud computing nog niet kent is dit boek een prima
introductie. Maar ook wie er reeds mee vertrouwd is komt in Getting started with cloud computing
voldoende aan zijn trekken dankzij de interessante case studies.
Kortom, het boek biedt iedereen voldoende informatie om bij te leren,
verder te zoeken of zelf te starten met cloud computing.
Seth Godin kan het goed uitleggen. En dat is goed. Het is een talent.
Wat hij zegt brengt hij bovendien in de praktijk. Ook dat is een talent.
Hij is een levend voorbeeld van z'n eigen overtuigingen. Hij zegt bijvoorbeeld dat je om de aandacht te trekken 'remarkable' moet zijn, 'worth making a remark about'. Dat is interessant en helder.
Zijn presentatie is remarkable. Ik maak er opmerkingen over en verspreid ze. Lap.
Zijn naam is remarkable, dankzij papa en mama.
Zijn uiterlijk is remarkable. (Wel een Jobspakje.)
Zijn stijl is vlot en boeiend, met hier en daar een grapje.
Hij is remarkable.
Ook de inhoud is van belang. Wat hij zegt is duidelijk en wordt met sprekende voorbeelden geïllustreerd. Het is wel zo dat hij een deel van de mosterd (of hot sauce) bij de diffusion of innovations theorie van Everett M. Rogers gehaald heeft. Hij springt er creatief mee om, maar het is niet zijn idee. Zo gaat dat in de marketing. Neem een koe, schilder ze paars en Milka!
Zowel de presentatie van Seth Godin, zijn blog als de theorie van Everett zijn de moeite. Wie geïnteresseerd is in marketing, educatie en communicatie kan er zeker iets uit leren.
Zou jij kilometers rijden om een lavalamp van 20m hoog te zien? Ik waarschijnlijk wel.
Misschien moeten bibliotheken hier meer rekening mee houden. Op een of andere manier zijn bibliotheken altijd remarkable organisaties geweest. Het waren tot voor kort unieke instellingen.
Maar soms heb ik het gevoel of de indruk dat bibliotheken steeds minder remarkable zijn. Als we zomaar meegaan in het verhaal van Google, Facebook, smartphones..., als we internet aanbieden en er zondermeer op aanwezig zijn, als we de sociale, culturele functie van de bib meer laten doorwegen, dan zullen we misschien stilletjes verdwijnen. We zullen ten opzichte van verschillende concurrenten in verschillende markten de mindere zijn.
Als we kijken waarin we wel remarkable kunnen zijn, dan kunnen we onze positie versterken. Dan kunnen we de paarse koe of de gigantische lavalamp zijn. En daarvoor moeten we ons niet blindelings op de 'innovators' of de 'early adoptors' richten. We bieden tenslotte geen nieuw product aan.
Ik denk dat zaken als open, rustig, goed personeel, zonder verplichtingen, niet-commercieel, analoog, live, echt, kwaliteitsvol... remarkable zijn in onze maatschappij. Dat zijn dingen die we niet overboord mogen gooien. Dat zijn dingen waar de gebruiker nu reeds tevreden over is. Dat zijn dingen die geenszins uitsluiten dat we modern zijn, dat we nieuwe middelen gebruiken. Dat zijn dingen die meer doel dan middel moeten zijn, terwijl techniek meer middel dan doel moet blijven.
Soms kan ook niet innoveren leiden tot een remarkable positie. De beetje saaie, verlegen, stille, ouderwetse maar vriendelijke bibliotheekmedewerker moet niet kost wat kost vervangen worden.
Veel mensen houden blijkbaar van een 'friendly staff'. Misschien zijn alle koeien binnenkort paars en zijn de 'friendly staff' nog de enige witte: remarkable.